European Roadtrip

Zie uitdagingen als kansen

Rijden in de winter en in de bergen.

Rijden in de winter is fun, Rijden in de bergen is fun. Nog uitdagender is rijden in de winterse bergen. 

Het is niet iets wat je zomaar even doet. Er zijn wat zaken om rekening mee te houden. Hieronder een aantal tips voor het rijden in de bergen en het rijden in de winter. 

 Rijd met beleid

In de sneeuw is het belangrijk dat je alles 'met beleid' doet. Laat de koppeling rustig opkomen, geef niet te veel gas, stuur beheerst en rem ook niet te sterk. Door plotselinge of te wilde bewegingen kun je snel in de slip raken. Slippen je banden als je probeert op te trekken, zet je auto dan in z'n tweede versnelling en probeer het nog eens. Ook kan het helpen iets schuin weg te sturen bij het wegrijden. Tijdens het stijgen kan het helpen in een iets hogere versnelling te rijden om goed grip te houden en het spinnen van je wielen te voorkomen. Belangrijk is dat je alles in de sneeuw wat rustiger aan doet, elke handeling in en met de auto.

Sturen, remmen en gas geven: doe alles rustig als er sneeuw op de weg ligt

 

Anticiperen en afstand houden 

Bij sneeuw en gladheid is het nog belangrijker om goed te anticiperen en ver vooruit te kijken. Zo zie je niet alleen hoe de weg loopt, maar kun je ook op tijd reageren als je voorganger een plotselinge (rem)beweging maakt. Houd ook extra afstand op besneeuwde wegen.

Stijgend verkeer heeft voorrang

Sommige bergwegen zijn zo smal dat je een tegenligger de ruimte moet geven. De algemene regel hier geldt; stijgend verkeer heeft voorrang. Dit heeft te maken met het feit dat stijgend verkeer lastiger weer in beweging komt. In de praktijk komt het soms voor dat het voor stijgend verkeer makkelijker is om uit te wijken, doe dit dan ook.


Klimmen in een lage versnelling

Als je een berg oprijdt, is het belangrijk dat je nooit in een te hoge versnelling klimt. Voel je dat je auto niet meer versnelt als je het gaspedaal indrukt, schakel dan op tijd terug. Je mag de motor best horen ronken, dat is juist goed. Probeer voor te stellen hoe het is om in een te hoge versnelling op de fiets een berg op te klimmen. Je zal dan snel oververhit raken, ditzelfde gebeurt met je automotor als je in een te hoge versnelling rijdt. In de bergen rijd je vooral in de 2e en 3e versnelling.


 

Dalen in dezelfde versnelling als de klim


Het is belangrijk om nooit te snel de berg af te dalen. Vuistregel is dat je in dezelfde versnelling afdaalt als dat je klimt. Hierdoor ga je niet te snel en maak je gebruik van je motor om af te remmen.

Zoveel mogelijk remmen op de motor

Als je je voet van het gas haalt, hoort de auto af te remmen. Is dit niet het geval, schakel dan terug. Bij teveel remmen met het rempedaal kunnen de remmen oververhit raken. Door op tijd terug te schakelen, remt de auto op de motor. Dit is zeker belangrijk als je afdaalt. Gebruik daarna pas je rempedaal. Druk deze niet te diep in, maar gecontroleerd. Moet je toch plotseling hard remmen, schrik dan niet van de eventuele ABS. Je rempedaal zal zelf pompende bewegingen maken, maar blijf je pedaal gewoon indrukken. De ABS zorgt er namelijk voor dat je je auto onder controle houdt en de wielen niet blokkeren, dus laat je rempedaal niet los. Gebruik bij een noodstop zowel je koppeling als je rempedaal, druk ze diep in. Probeer niet zelf pompend te remmen, maar laat dit over aan de ABS. Daal - zeker op besneeuwde wegen - in een lagere versnelling af dan normaal.

.

 Schakel op tijd terug voor de haarspeldbocht en kijk naar boven/beneden

De meeste haarspeldbochten kun je in de tweede versnelling nemen. Rem op tijd en schakel ruim voor de bocht terug, zodat je ontkoppeld en met de juiste snelheid de bocht nadert. Kijk bij het dalen altijd wat verder naar beneden in de bocht en bij het stijgen omhoog. Op deze manier kun je op tijd anticiperen op het andere verkeer. Tevens voorkom je dat je 'klem' komt te staan met een vrachtwagen of bus in een haarspeldbocht.

 

 Houd rekening met een langere remweg

 

Als je voor het eerst in de bergen rijdt, rem dan een paar keer als je afdaalt. Op die manier voel je al snel hoeveel meer remweg je nodig hebt. Het is aan te raden om ook vaker iets harder te remmen in plaats van steeds een beetje je rempedaal in te drukken.

 Kies voor de bergversnelling als je in een automaat rijdt

Een automaat kiest op vlakke wegen de juiste versnelling, maar zodra je stijgt of daalt gaat dit meestal mis. Je rijdt dan in een te hoge versnelling. Maak dus gebruik van de bergversnellingen of de flippers op je stuur. Zorg net als bij een auto met een versnellingsbak, dat je altijd in een lage versnelling klimt en daalt.

Let op met parkeren.

Wil je stilstaan op een helling of parkeren, zorg er dan voor dat je wielen de juiste kant op staan. Draai je voorwielen (heuvelafwaarts) of je achterwielen (heuvelopwaarts) richting de bergwand of vangrails. Staat je auto met de neus bergopwaarts, zet 'm dan op de handrem en in de eerste versnelling. Parkeer je met de neus naar het dal, zet 'm dan in z'n achteruitversnelling en op de handrem. Pas op met de handrem bij temperaturen onder de nul, deze kan dan bevriezen.

 

Slippen? 

Als je auto in slip raakt, dan heb je geen controle meer over de auto en de bediening. Je kunt het slippen van de auto in 3 categorieën onderverdelen:

Voorwielslip – De voorwielen blokkeren tijdens de slip, dit wordt ook wel onderstuur genoemd. In een bocht zal je auto uit de bocht glijden

Achterwielslip –  De achterwielen blokkeren, ook wel overstuur genoemd. De achterkant van je auto probeert nu de voorkant in te halen. .

Vierwielslip – De voor en achterwielen blokkeren.

Acties bij voorwielslip

·       Laat je gas los. Hierdoor zorg je er voor dat de voorwielen weer grip krijgen.

·       Stuur mee in de richting van waar de auto naar toe gaat. Zodra de banden weer grip krijgen kun je voorzichtig sturen naar de richting die jij wilt. Dit wordt gedaan om de onderstuur op te vangen.

Niet doen:

·       Je eerste reactie zal waarschijnlijk zijn remmen. Je moet proberen om dit te vermijden: Door hard te remmen zal de grip namelijk nog minder worden.

Acties bij achterwielslip

·       Houd je gefocust op en stuur naar de richting waar je naar toe wilt. en concentreer je NIET op de (gevaarlijke) richting waar de auto naar toe rijdt.

·       Probeer tegen te sturen

·       Laat je gas los

 Niet doen

·       Hard remmen

·       Reageer niet te heftig in je handelingen

·       Gas bijgeven (dit kan alleen bij een ondergrond die grip geeft en niet glad is)

  

 Kijk waar je heen wilt

Het klinkt zo logisch: kijk waar je heen wilt, maar toch wordt dit vaak in noodsituaties vergeten. Raak je bijvoorbeeld in de slip, blijf dan kijken en sturen in de richting waar je heen wilt. Heb je je blik op de berm of een boom, dan is de kans groot dat je daar terecht komt.

Winterbanden en sneeuwkettingen

Zorg er altijd voor dat er goede winterbanden met voldoende profiel onder je auto liggen. Ligt er veel sneeuw op de weg, leg dan op tijd je sneeuwketting eronder. Zeker voor je een bergweg moet beklimmen of afdalen. Houdt de waarschuwingsborden in de gaten en kijk of je tegenliggers kettingen om hebben. Zoek direct een parkeerplaats en monteer je kettingen. Het omleggen van de sneeuwketting is handig om thuis eens te oefenen. Dan kun je op je gemak met betere weersomstandigheden bekijken hoe de kettingen moeten worden omgelegd, zodat je niet te lang in de sneeuw of met slechte weersomstandigheden moet werken.


Oefen de hellingproef

De kans is groot dat je tijdens een klim een keer moet stoppen en weer optrekken. Oefen daarom voor je naar de bergen vertrekt de hellingproef. Zorg ervoor dat je koppeling zo min mogelijk 'slipt' en je goed gebruik maakt van de handrem.